Zijn Verhaal

Het was op een koude januari dag in 2005 op luchthaven van Hong Kong. Alvorens ik het vliegtuig instapte richting Nederland had ik een lang gesprek gehad met Uncle Cho die mij was komen uitzwaaien. Uncle Cho had bij mij een gewillig oor gevonden voor zijn levensverhaal dat ie met mij wilde vertellen.
Hij begon te vertellen dat hij was geboren in de plaats Sandakan op het noordoostelijk deel van het eiland Borneo. Hij was ongeveer 17 jaar toen de Japanners Borneo binnenvielen. Uncle Cho zat nog op de middelbare school. Hij werd samen met andere Chinese en inlandse jongemannen opgepakt om te werk te worden gesteld voor de Jappen. Uncle Cho kreeg opleiding als zeeman en moest werken op de Japanse koopvaardijvloot.
Op een dag werd zijn schip aangevallen door Amerikaanse vliegtuigen en tot zinken gebracht. Als een grote wonder overleefde hij dat samen met een groepje anderen. Zij wisten de kust van Borneo te bereiken. Uncle Cho moest wekenlang door de jungle lopen om van Pontianak naar Kuching in Sarawak te komen. In Kuching moest hij de voorraadschuren van de Jappen bewaken. Uncle Cho vertelde hoe zij als bewakers oogluikend toestonden dat jonge Chinese meisjes rijstkorrels die op de grond lagen kwamen verzamelen. Uiteindelijk dook hij onder totdat de oorlog voorbij was.
Na de oorlog besloot zijn vader terug te keren naar China. In Guangzhou probeerde Uncle Cho zich aan te melden bij de marineschool van de nationalisten. In die tijd barstte de strijd hevig los tussen de communisten van Mao en de nationalisten. Toen het erna uitzag dat de nationalisten verslagen zouden worden nam Uncle Cho en zijn familie de wijk naar Hong Kong. In Hong Kong overleed de vader van Uncle Cho en werd hij terug gehaald door zijn oom naar Sandakan. Daar leerde Uncle Cho een nieuw vak: kleermakerij.
Op de Malakka en Borneo dat Britse koloniën waren woedde in de jaren zestig een burgeroorlog. Chinese communisten hadden naar de wapens gegrepen. Zij kwamen op voor de rechten van de verarmde Chinese bevolking. Uncle Cho werd een aanhanger van de toenmalige communistenleider Chin Peng. De bittere gewapende strijd dat volgde op de Malakka en Borneo werd later de "War of the running dogs" genoemd. De opstand werd uiteindelijk door de Britse troepen neergeslagen. De Britten weigerden Chinezen de alleen macht over Malakka en Borneo. Zij maakten het land onafhankelijk maar verdeelden de zeggenschap over de verschillende etnische groepen, onder wie de Maleiers, Chinezen en Indiers. Uncle Cho wist te ontkomen naar Hong Kong.
In Hong Kong verdiende Uncle Cho de kost als toeristengids voor Amerikaanse marinepersoneel en als kleermaker. Hij betreurde dat zijn beste jaren waren verloren gegaan in de roerige tijdperk waarin hij opgroeide. Zo had hij geen opleiding en carrière kunnen opbouwen.
Uncle Cho is nu 79 jaar oud. Zijn grootste wens is om zijn geboorteplaats Sandakan dat nu in de Maleisische deelstaat Sabah ligt te bezoeken. Twee jaar geleden probeerde hij een visum aan te vragen bij het Maleisische consulaat in Hong Kong. Uncle Cho bleek echter op een zwarte lijst te staan en was hem voor altijd de toegang tot Maleisië ontzegd. Waarschijnlijk komt dat omdat hij tijdens de burgeroorlog aan de verkeerde kant stond.
- junior -


0 Comments:
Post a Comment
<< Home